Advocaten die worden bedreigd vanwege hun werk, moeten op een snelle reactie van politie en Openbaar Ministerie kunnen rekenen. Maar Justitie kan niet aangeven hoeveel meldingen over bedreigde advocaten tot een aangifte, onderzoek of vervolging leiden. Hun zaken worden niet als afzonderlijke beroepsgroep geteld.

Dat blijkt uit de antwoorden van staatssecretaris Claudia van Bruggen (Justitie en Veiligheid, D66) over intimidatie van familierechtadvocaten. Bij de dekens, die toezicht houden op de advocatuur, kwamen in 2025 landelijk 212 meldingen van bedreigde advocaten binnen. In 2023 waren dat er 116. Hoeveel daarvan over familie- en scheidingszaken gingen, is niet geregistreerd.

Voorrang is afgesproken, de uitkomst niet apart zichtbaar

Uit onderzoek van Het Bericht blijkt dat de landelijke registratieafspraken geen afzonderlijk zicht geven op de afhandeling van bedreigingen tegen advocaten. De landelijke afspraken tussen politie en OM schrijven voor dat zaken rond agressie tegen mensen met een publieke taak hoge prioriteit krijgen en apart als zulke zaken worden geregistreerd. Het nieuwe kabinetsantwoord laat zien dat uit die brede registratie geen afzonderlijke cijfers over advocaten volgen.

De afspraken zijn eind september vernieuwd. Daarin staat onder meer het streven om aangiften in beginsel binnen 48 uur op te nemen en slachtoffers goed te informeren. In de begeleidende Kamerbrief kondigde het kabinet een digitaal aangiftemodel aan voor 2027, met een keuzelijst voor beroepsgroepen. Dat is nog een voorgenomen verbetering van de registratie.

Het onderzoek onder advocaten laat zien waarom herkenning van die aanpak aandacht vraagt. In de enquête van Ipsos I&O uit het voorjaar van 2026 meldden 52 advocaten dat zij aangifte hadden gedaan. Zestien zeiden dat hun aangifte als zaak rond een veilige publieke taak was behandeld, twaalf zeiden van niet en 24 wisten het niet. Het gaat om hun eigen ervaringen vóór de herziening van september, niet om een controle van politiedossiers of een meting van de nieuwe afspraken.

Ook de cliënt raakt de gevolgen

De vragen gaan over advocaten die onder meer slachtoffers van partnergeweld bijstaan. Wanneer een advocaat onder druk komt te staan, raakt dat ook degene die voor een scheiding, omgangsregeling of bescherming juridische hulp nodig heeft. Onafhankelijke rechtsbijstand vraagt dat een advocaat de belangen van de cliënt kan verdedigen zonder voor de eigen veiligheid te moeten vrezen.

In het Ipsos-onderzoek noemen advocaten onder meer dat het risico op agressie hun keuze van cliënten en zaken beïnvloedt. Het onderzoek omvat alle rechtsgebieden en 2.251 deelnemers. Het is geen aparte telling van bedreigde familierechtadvocaten en kan door een gewijzigde benadering van deelnemers niet rechtstreeks met eerdere enquêtes worden vergeleken.

Van Bruggen erkent het risico dat advocaten bepaalde zaken niet meer aannemen. Zij zegt dat bedreigingen zeer serieus worden genomen, maar erkent ook dat herkenning, opvolging en terugkoppeling beter moeten.

Noodhulp is er, inzicht in de afhandeling ontbreekt

De bestaande hulp bestaat onder meer uit een noodtelefoon, noodknoppen, veiligheidsscans en vertrouwensadvocaten. Een deken kan adviseren over aangifte en heeft bij ernstige dreiging korte lijnen met politie en OM. Bescherming is volgens de staatssecretaris niet beperkt tot dreiging uit de georganiseerde criminaliteit: ook buiten het landelijke stelsel kunnen veiligheidsmaatregelen worden getroffen onder verantwoordelijkheid van de hoofdofficier van justitie.

Daarmee zijn er concrete voorzieningen voor een bedreigde advocaat. De vraag hoeveel meldingen uiteindelijk tot onderzoek en vervolging leiden, blijft in de landelijke verantwoording onbeantwoord. Van Bruggen kondigt in deze antwoorden geen afzonderlijk overzicht voor advocaten aan.