Het kabinet heeft geen actueel landelijk zicht op het terugverwijzen van patiënten die de bijzondere expertise van een academisch ziekenhuis niet nodig hebben. Minister Sophie Hermans van Volksgezondheid, Welzijn en Sport erkent dat in antwoorden aan JA21-Kamerlid Ingrid Coenradie. De laatste basiszorgmonitor van de Nederlandse Zorgautoriteit verscheen in 2022 en gebruikt gegevens uit 2019.

De bedoeling is dat academische ziekenhuizen zich vooral richten op ingewikkelde zorg, onderzoek en opleiding. Gewone ziekenhuiszorg moet waar dat kan dichter bij patiënten plaatsvinden. Dat bepaalt ook waar schaars zorgpersoneel en ziekenhuiscapaciteit worden ingezet. Zonder actuele landelijke cijfers is niet te beoordelen hoeveel basiszorg daadwerkelijk uit de academische centra is verplaatst.

De opvolger telt andere ingrepen

De Kamer vroeg in 2019 om jaarlijks inzicht in de inspanningen om basiszorgpatiënten naar andere ziekenhuizen te verwijzen. VWS gaf de zorgautoriteit vervolgens opdracht drie jaarlijkse monitors te maken. Uiteindelijk verschenen er twee. Van een derde meting met gegevens over 2020 werd afgezien, omdat de coronapandemie de gewone patiëntenstromen had verstoord.

Volgens Hermans ging de opvolgende monitoring uiteindelijk op in een rapport uit 2024 over aantallen hoogcomplexe kanker- en vaatchirurgische ingrepen. Maar dat rapport meet iets anders. De zorgautoriteit schrijft er uitdrukkelijk in dat de spreiding van eenvoudige ziekenhuiszorg buiten de rapportage valt. Het laat zien waar geselecteerde complexe ingrepen in 2022 werden uitgevoerd, niet hoeveel basiszorg vanuit academische ziekenhuizen naar de regio is verhuisd.

De twee rapportages meten verschillende zorg
PublicatieZorggegevens uitOnderwerp
Basiszorgmonitor, verschenen in 20222019Zorg in academische ziekenhuizen en kansen om basiszorg te verplaatsen.
Telling van complexe ingrepen, verschenen in 20242022Geselecteerde kanker- en vaatchirurgische ingrepen. Spreiding van eenvoudige zorg valt buiten deze telling.

Ook het vervolgonderzoek naar basiszorg kreeg een andere opdracht. Het Zorginstituut moest eerst verdiepend onderzoek doen. Eind 2023 veranderden VWS en de betrokken zorgpartijen dit in een verkenning van een praktische aanpak voor regionale afspraken. Het advies uit mei 2024 richt zich op samenwerking, praktijkvoorbeelden en het volgen van de verschuiving van zorg.

Daarbij zouden regio’s over minimaal vijf soorten eenvoudige behandelingen of onderdelen van zorgtrajecten afspraken maken. Dat was een richtinggevend advies, geen landelijke norm die vastlegt hoeveel basiszorg een academisch ziekenhuis moet afstaan. Hermans schrijft dat het niet is gelukt zulke landelijke inhoudelijke normen voor spreiding vast te stellen.

Voorbeelden uit de regio, geen landelijk resultaat

Er zijn wel voorbeelden van verplaatste zorg. Hermans noemt, op basis van informatie van UMCNL, diabetes- en COPD-zorg die van het Leids Universitair Medisch Centrum naar het Alrijne Ziekenhuis is gegaan. Zulke samenwerking geeft patiënten een andere behandelplek. Een actueel landelijk overzicht van de verschuiving ontbreekt bij het kabinet.

De zorgautoriteit zag in haar oude monitor nog ruimte om basiszorg te verplaatsen zonder onderzoek, opleiding en de kwaliteit en toegankelijkheid van zorg te schaden. Een deel van die zorg blijft nodig voor de academische taken. Een landelijke grens voor hoeveel basiszorg daarvoor nodig is, bestaat volgens Hermans niet.

De verdeling raakt ook publieke middelen. In haar ziekenhuisbrief van 2 oktober schrijft Hermans dat de beschikbaarheidbijdrage voor academische zorg ruim een miljard euro bedraagt. Die bijdrage is bedoeld voor bijzondere academische taken, zoals hooggespecialiseerde en innovatieve zorg. Een structurele korting van 100 miljoen euro vanaf 2029 staat voor het kabinet al vast. Een nieuwe visie op de academische rollen en de invulling van die korting wil zij medio 2027 presenteren.

Hermans wil de zorgautoriteit vragen de keuzes van ziekenhuizen over hun zorgaanbod mee te nemen in een volgende monitor. Die wordt uitgevoerd wanneer duidelijk is welke zorg onder de volgende herverdelingsronde valt. In de brief van 2 oktober staat dat de afbakening van die ronde begin 2027 wordt besproken. Een datum waarop de nieuwe landelijke meting beschikbaar moet zijn, noemt zij niet.