Een W-document laat zien dat iemand rechtmatig in Nederland verblijft terwijl de asielaanvraag wordt behandeld. Het CBR accepteert het bij het theorie- en praktijkexamen. De gemeente mag op basis van die verblijfsstatus echter geen Nederlands rijbewijs geven. Wie is geslaagd, heeft dus wel zijn rijvaardigheid bewezen, maar mag daarmee nog niet zelfstandig de weg op.
Minister van Infrastructuur en Waterstaat Vincent Karremans verdedigde die scheiding in augustus tegenover Esmah Lahlah, die de vragen in mei stelde als Kamerlid voor GroenLinks-PvdA. Een op 2 november toegevoegd antwoord verwijst opnieuw naar zijn afwijzing om de regels te veranderen.
Het ministerie kende de teleurstelling al
Uit onderzoek van Het Bericht blijkt dat het ministerie niet alleen over een denkbaar probleem spreekt. In de ambtelijke nota van 22 juli staat dat er de afgelopen jaren brieven binnenkwamen van asielzoekers die teleurgesteld waren omdat zij bij de gemeente geen rijbewijs konden krijgen zolang hun verblijfsstatus niet duidelijk was.
Volgens de nota speelt het CBR naast de rijschool een belangrijke rol in de voorlichting. Het CBR bekijkt hoe die kan worden verbeterd.
Zo'n waarschuwing bestond al. Op 18 november 2025 schreef het CBR aan rijopleiders dat leerlingen met een W-document wel examen kunnen doen, maar geen rijbewijs kunnen aanvragen. Het riep op om dit vooraf bij de gemeente te controleren. Het CBR noemde de situatie toen zeldzaam. De stukken geven geen landelijk aantal mensen dat na het slagen bij het loket werd geweigerd.
Karremans noemt het juist efficiënt dat asielzoekers de wachttijd kunnen gebruiken om te leren rijden en examen te doen. De afweging over de kosten en de kans op een verblijfsvergunning legt hij bij de asielzoeker. De rijschool moet volgens hem vooraf goed informeren. De kandidaat kan lessen volgen en oefenen. Over de verblijfsvergunning beslist de overheid.
Een geldig identiteitsbewijs is niet genoeg
Het W-document is zelf een geldig identiteitsbewijs. De blokkade komt dus niet doordat iemand zich helemaal niet kan identificeren. De Nederlandse wet stelt voor een rijbewijs een afzonderlijke eis aan de verblijfsstatus.
Karremans legt uit dat die beperking samenhangt met de tweede functie van het rijbewijs: het is ook een identiteitsdocument. Hij beschrijft de Nederlandse afbakening als een nationale invulling van Europese regels over waar iemand gewoonlijk woont. Dat is een andere afweging dan de vraag of iemand veilig kan rijden.
De uitslag van het praktijkexamen blijft drie jaar bruikbaar voor het aanvragen van een eerste rijbewijs. De gemeente Groningen vermeldt de combinatie ook in haar huidige uitleg: met een W-document nog geen rijbewijs, en de geslaagde uitslag drie jaar geldig. Het ministerie geeft geen afzonderlijke regeling voor wie tijdens die termijn nog op duidelijkheid over zijn verblijf wacht.
