JA21-Kamerleden Simon Ceulemans en Diederik Boomsma willen dat herhaald crimineel gedrag zwaarder kan meewegen bij gezinshereniging. Aanleiding is berichtgeving over een 18-jarige Syrische verdachte van een gewelddadige woningoverval in Amsterdam-Oost. Hij zou 114 politieregistraties hebben, terwijl zijn ouders en broertjes naar Nederland zouden mogen komen.
Minister van Asiel en Migratie Bart van den Brink bevestigt deze persoonlijke gegevens niet. Wel zegt hij dat voor het weigeren of intrekken van een asielvergunning minstens één veroordeling voor een ernstig of bijzonder ernstig misdrijf nodig is. Het Europese recht biedt volgens hem geen ruimte voor de gevraagde beleidswijziging.
Eigen beleid kent een route zonder veroordeling
Uit onderzoek van Het Bericht blijkt dat die algemene uitleg een bestaande mogelijkheid overslaat. De gepubliceerde regels maken onderscheid tussen erkende vluchtelingen en mensen met zogenoemde subsidiaire bescherming. Die tweede groep krijgt bescherming tegen ernstige schade, bijvoorbeeld door oorlogsgeweld, zonder als vluchteling wegens persoonlijke vervolging te zijn erkend.
Voor die subsidiaire bescherming staat in het beleid een afzonderlijke grond: gevaar voor de samenleving. Daarbij is een eerder ernstig misdrijf of een veroordeling niet noodzakelijk. De overheid moet wel per persoon aantonen dat diens gedrag een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging vormt. De regels over intrekking verwijzen uitdrukkelijk naar deze mogelijkheid.
Het onderscheid doet ertoe. De minister presenteert een veroordeling als vaste ondergrens voor asielbescherming, terwijl zijn eigen beleid bij subsidiaire bescherming ook een andere beoordeling toelaat. Voor tijdelijke asielvergunningen geldt bij intrekking het recht van dat moment, ook wanneer de vergunning vóór 12 juni 2026 is verleend. Voor oudere asielvergunningen voor onbepaalde tijd gelden andere regels.
Een politielijst is nog geen bewezen gevaar
De andere route maakt een lange lijst politieregistraties niet beslissend. In deze zaak is uit de antwoorden niet af te leiden hoeveel afzonderlijke incidenten achter het genoemde aantal zitten, wat daarvan bewezen is en of er veroordelingen zijn. Ook de verblijfsstatus en eventuele eerdere beoordeling door de IND blijven onbekend.
Bij erkende vluchtelingen ligt de drempel voor intrekking wegens criminaliteit hoger. Daarvoor zijn een definitieve veroordeling voor een bijzonder ernstig misdrijf én een gevaar voor de samenleving vereist. De ernst moet individueel worden beoordeeld; kleinere feiten kunnen niet simpelweg worden opgeteld tot één bijzonder ernstig misdrijf.
Die afzonderlijke beoordeling beschermt twee belangen: veiligheid voor mensen die met geweld of overlast te maken krijgen, en bescherming tegen vervolging of ernstige schade voor wie asiel heeft. De overheid moet kunnen ingrijpen bij aantoonbaar gevaar. Zij moet ook onderbouwen waarom iemand zijn bescherming verliest. Een telling van registraties beantwoordt geen van beide vragen.
Ook de familie wordt zelf gecontroleerd
Bij gezinshereniging kijkt de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) in beginsel naar het gevaar dat de overkomende gezinsleden zelf vormen. Ook de openbare informatie van de IND noemt dit als voorwaarde. Het gedrag van iemand die al in Nederland woont, wordt daarmee niet automatisch aan diens ouders of broers toegerekend.
Dat gedrag kan wel gevolgen hebben voor de gezinsaanvraag via diens eigen vergunning. Wordt die ingetrokken, dan wordt volgens Van den Brink de aanvraag voor gezinshereniging afgewezen. Als intrekking niet mogelijk is, wordt beoordeeld of het gezin mag komen. Waarom hij intrekking zonder veroordeling niet noemt, legt Van den Brink niet uit.
